Panama kanaal en de oude stad

Om 8:45 staat er een busje voor de deur voor onze eerste excursie: de Miraflor sluizen van het Panama kanaal, pills de Amador Causeway (pier) en de oude stad.

Het kanaal is indrukwekkend, maar toch op de een of andere manier minder groot dan we ons hadden voorgesteld.  Het is wel ruim breder dan de sluizen waar we in Nederland met onze boot door zijn gegaan, maar de sluizen zijn even lang: de sluizen zijn 320 x 31 meter, in Nederland zijn de Volkeraksluizen 330 x 24 meter.  Het hoogteverschil is wel een ander verhaal: tot 10 meter per sluis. De gids laat ons ook nog even het tweede sluizencomplex zien.  Parallel aan het kanaal loopt een spoorlijn, die vooral wordt gebruikt voor containertreinen.  De echt grote schepen passen niet de sluis, en de op deze manier kan toch (een deel van hun) lading de landengte over.

Na de sluizen gaan we naar de Amador causeway: oorspronkelijk aangelegd als golfbreker voor het kanaal, en als weg naar het Amerikaanse fort ter verdediging van het kanaal.  Niet dat er ooit gevochten is overigens.  Nu is het gebied waar de plaatselijke bevolking uitgaat in het weekend.

Het laatste deel van de rondleiding is een wandeling door Casco Viejo, het (tweede) Spaanse centrum.  Het eerste centrum is geplunderd, daarna is de huidige oude stad gebouwd op een beter verdedigbare plek.  Cascp Viejo is vanaf de vijftiger jaren in verval geraakt, maar er wordt nu driftig gerenoveerd.  Het is een grote bouwput, waarin luxe hotels en dure winkels verschijnen.  Het gebied is niet groot maar wel leuk. Spaans in opzet, maar ook Frans (de Fransen hebben het eerste (moeilijkste?) deel van het kanaal gemaakt), Amerikaans met wat Art Deco, en ook nog gewoon vervallen panden.  De gids is heel enthousiast en vertelt van alles, een goede gids.  Een geslaagd begin.

Terug in het hotel hebben we om 1 uur een afspraak voor de “meet en greet”.  Helaas, die was verzet naar 6 uur ‘s avonds.  Er zou een voicemail zijn, maar die hebben we gemist, de spaanstalige instructies van het voice mail systeem zijn aan ons niet besteed. Maar het resultaat van de verwarring is dat we het mobieltje van de reisorganisatie activeren en de agent even spreken.

Na de mislukte afspraak zoeken we een lunchplekje.  We komen terecht bij Jola’s House, waar een enthousiaste Spaanstalige ober naar buiten rent als we bij de kaart staan.  Hij praat ons naar binnen waar een Vlaamse dame ons te woord staat.  Het is ‘s middags twee uur en we nemen een lekkere lunch met tapas.  We bestellen vier gerechten, die keurig na elkaar worden opgediend.  Ze zijn heel vriendelijk, te vriendelijk soms, en na afloop van de maaltijd komt de Vlaamse dame evalueren en vertalen. Ze zijn net drie weken open.  Ze willen van elk gerecht weten wat we er van vonden. Kortom, ze werken hard om zich in de markt te zetten.  Het restaurant is wat ons betreft een aanrader.

‘s Avonds om zes uur ontmoeten we Nienke voor de “meet en greet”, we krijgen dan nog nadere uitleg.  Onder andere horen we dat we vrijdag 7.30 uur opgehaald worden voor de indianen toer, en dat we zaterdag om 4.45 uur klaar moeten staan voor de taxi.  Het wordt geen uitslaapvakantie!  Na de “meet en greet” gaan we eten bij Pomodoro, een van de aanbevelingen van SNP.  Een Italiaan, heel populair en druk, voor ons een beetje een fabriek.  Het is wel een mooi pleintje, en je krijgt veel en goed eten, maar het is duidelijk vooral productie draaien.

[wowslider id="8"]

Comments are closed.