Vitte (Duitsland) – (Kalmar) Zweden

Zondag 6 juli gaan we verder richting Bornholm. We hopen uiteindelijk in Zweden te kunnen komen voor het weer omslaat. De verwachting is dat er een sterke noordoosten wind komt, viagra niet zo gunstig als je naar het noordoosten wilt.

We vertrekken om 8 uur richting Rønne op het Deense eiland Bornholm, click een tocht van 65 mijl (110 km). Als we weggaan is het alweer warm. Er staat een zacht windje in de rug. Op de motor gaan we even hard als de wind waait. Aan boord is het dan compleet windstil. We varen langs de kust bij Rügen, cheap tot we bij Kaap Arkona oversteken richting Rønne.

DSC_6987

Na een paar uren varen komt er wat meer wind, en proberen we te zeilen. Goed om te melden dat de genua zich weer soepel laat uitdraaien; het probleem was dus dat we de val niet strak genoeg hadden. Maar het zeilen wordt niks, we gaan veel te langzaam. Wel even rustig om te lunchen. Na de lunch gaat de motor weer aan en tuffen we verder. Niet veel te melden, we zien een paar boeien, een veerboot en een vissersboot. Verder alleen het monotone geluid van de scheepsdiesel.

DSC03205-website

Voor het avondeten gaat de motor weer even uit, we laten ons dan richting Rønne drijven. Erg snel gaat het niet, maar goed genoeg om rond 8 uur ’s avonds aan te komen. Het is nog steeds warm en zonnig. Om 20:00 liggen we vast. Van de 12 uur varen hebben we er negen op de motor gedaan. Niet zo’n goede score.

IMG_1288-website

De haven valt een beetje tegen eigenlijk. De haventjes aan de Oostkust waar we vorig jaar waren, waren leuker.   Wel is er een grote supermarkt vlakbij. De stad laten we wat ze is deze keer, morgen verder riching Utklippan.

Maandag 7 juli staat het traject Rønne – Utklippan op de planning, weer een flink stuk varen, 64 mijl, ofwel een volle dag. Voor vertrek ga ik nog even langs de supermarkt, terwijl Elly koffie en thee zet en de boot gereed maakt voor vertrek. Het is nog steeds hoogzomer, bij vertrek alweer echt warm. De voorspelde wind is oost-zuidoost, als het goed is kunnen we hoog aan de wind een heel eind komen.

Wanneer we iets na 9 uur uit Rønne vertrekken valt er nog niet te zeilen. Het eiland Bornholm houdt de meeste wind tegen. Pas als we na anderhalf uur bij Hammerhavn in het noorden van het eiland zijn pakken we de wind op. We lopen dan mooi, ruim 6 knopen op 10 knopen wind. Dat is ideaal om te zeilen, je schiet lekker op zonder dat het echt hard hoeft te waaien.

DSC_7023

De route kruist de doorgaande scheepvaart route over de Oostzee richting Finland en Sint Petersburg. We varen een paar uur langs en door die route, wat in elk geval voor wat afleiding zorgt. Met name de scheepvaart naar het noorden gaat maar langzaam voorbij, met één boot varen we meer dan een uur op. Een vrachtschip dat met 8 knopen vaart, terwijl wij 6 knopen varen.

Als we nog drie uur voor de boeg hebben draait de wind verder naar het oosten, en is Utklippan niet meer bezeild. We laten ons eerst nog met de wind meevoeren, maar zetten dan uiteindelijk de motor aan, zodat we net als gisteren om 8 uur ’s avonds vastmaken. Het laatste stukje is bijzonder. Utklippan is een heel klein eiland dat in de avondnevel ligt. We zien het pas als we al behoorlijk dichtbij zijn. Toch handig zo’n plotter met GPS. In totaal 11 uur gevaren, waarvan 4 op de motor.

DSC_7061

Utklippan is bijzonder. Het zijn twee kleine eilandjes waar een jachthaventje is gemaakt. Verder is het een eiland voor de zeevogels, meeuwen vooral. Utklippan is niet meer dan een paar rotsen die net boven water uitsteken. Op het zuidereiland staat een vuurtoren en een restaurantje. Op het noordereiland is een jachthaventje. Op de rotsen groeit en bloeit nog van alles; viooltjes, een paar struiken, wat bramen. Er zitten veel zilvermeeuwen, maar ook alken en waterpiepers, vogels dus. ’s Avonds doet de havenmeester een rondje om het havengeld te innen. Het lijkt primitief, maar je kunt met je pinpas betalen…

DSC_7073

Als we dinsdag wakker worden waait het flink, windkracht 5 à 6, wel met blauwe lucht. Daar moeten we tegenin naar Kalmar, onze volgende etappe van 48 mijl. Toch weer bijna 100 kilometer. Gelukkig zakt de wind wat naar een lage 5.
Het haventje loopt snel leeg. Als we om 10 uur wegvaren is het al weer aardig leeg. We proberen met de boegschroef de boot te draaien, maar tegen 15 knopen komt hij niet op. Dan maar een rondje in de havenkom. Het eerste stuk langs de Zweedse zuidoost kust hebben we de wind pal tegen, dat doen we op de motor. Gelukkig valt de golfslag mee, er komt wel veel water over, maar de boot gaat er makkelijk door.

Maar zo rond half twee draait de wind voldoende naar het Oosten om te kunnen zeilen. We kunnen het de Kalmarsund vanaf het zuidpuntje van het eiland Öland hoog aan de wind zeilend doen. De boot loopt 6-7 knopen op grootzeil en kotterfok, zo’n 50 graden aan de wind. In de loop der jaren lukt het me geleidelijk wat beter om snelheid uit de boot te halen. Wie weet gaan we volgend jaar wel opkruisen tegen windkracht 5 of 6.

DSC03239-website

Even na zessen zijn we bij Kalmar. De haven is heel erg vol, we hebben een van de laatste hekboeien, nummer 100. Het is even wennen, maar eigenlijk is de hekboei best praktisch. Geen mensen over dek, en de boot ligt toch rustig.

Vitte op Hiddensee

Donderdag 3 juli beginnen we de dag met verse broodjes en een gekookt eitje. En we verleggen de boot op verzoek van de havenmeester. Daarna komt zijn collega verbaasd vragen waarom we zijn verhuisd naar deze minder goed plek. Tja.. We lopen een klein rondje op het eiland, cialis maar de zeilen geven onrust. Laten we dat eerst maar oppakken.

Eerst het grootzeil. De zeilen zitten met karretjes aan de mast via elastiek en via grote schroeven. De schroeven zijn OK. In het zeil zit een plastic fitting. En daar is niet veel over van de schroefdraad. Dus die moet er uit. Als hij er uit is, blijkt de schroefdraad door te lopen. De achterkant is wel bruikbaar! Ik kan hem dus gewoon omdraaien. Waarom heb ik het niet veel eerder opengemaakt? Het is nog iets meer werk; we moeten draad tappen voor een borgschroefje en nieuwe gaatjes maken in het zeil, maar het is het nu weer als nieuw. Alleen zou het niet meevallen, maar samen is het eigenlijk zo gedaan.

Dan de genua. Het advies was om de val wat losser te zetten, maar dat blijkt niet te werken. Als ik het zeil uitrol schrikt onze voorbuurman Fridtjof op uit zijn papieren. We raken aan de praat, en hij claimt al 200.000 mijl gezeild te hebben. Ik leg ons mastklimprobleem en genua probleem voor. Hij biedt aan ons te helpen met beide.

Zijn diagnose is dat de genua nu juist te los staat. De overeenkomst met de eerste adviezen is in elk geval dat het probleem zit in de spanning op de lijn. En het is ons ook duidelijk dat hij te los zit. Dus zetten we de val op de lier om het allemaal goed strak te trekken. We kunnen de genua nu goed inrollen. Of het echt helpt weten we pas op zee, tot nu toe ging het daar steeds lastiger.

IMG_2882-website

Dan het windvaantje. Ik had gevraagd of hij de mast in wilde, maar zijn antwoord was: het is jullie boot en jullie moeten het zelf kunnen repareren. Elly of Gilbert, wie wil de mast in? Dat hadden we al bedacht, ik ga de mast in en Elly bedient de lieren. Dat hadden we twee weken terug ook gedaan voor de monteur. Fridtjof geeft goede adviezen over hoe je het bootmansstoeltje moet gebruiken, en Elly checkt nog eens en heeft er vertrouwen in. Dat doet hij goed. Het hijsen is ook spannender dan gehesen worden. Dubbel geborgd ga ik omhoog aan de grootzeilval. Het valt heel erg mee; je zit steeds bij een erg dikke mast.

Al snel hebben we toeschouwers op de wal. Het terugbuigen van de windvaan is snel gedaan. Eenmaal beneden ga ik nog een keer omhoog met de camera, hebben we eindelijk ook een luchtfoto van de boot.

DSC03130-website

We borrelen daarna op de goede afloop met Fridtjof en zijn vrouw. Het is gezellig, we maken samen onze salades op.

Vrijdag 4 juli is de eerste echt warme dag. Met echt warm bedoel ik 25-30 graden, zoals het wat mij betreft ’s zomers hoort te zijn. Ik fiets een rondje naar de noordpunt van het eiland. Een mooi tochtje door een landelijk gebied. Aan de noordkant is een broedkolonie oeverzwaluwen, je ziet de activiteit bij de nestholen. Het zwermt er van de zwaluwen en vliegen. Er komen ook visdiefjes en dwergsterns voorbij.

DSC_6345

’s Middags gaan we samen naar het strand. Dat is maar 500 meter van de boot. We eten wat op de boot. Het is dan rustig, Duitsland – Frankrijk is aan de gang. Na het eten gaan we met een flesje wijn de zonsondergang bekijken. We zijn niet de enigen, er komen heel wat mensen aan. Veelal met een flesje…

Zaterdag 5 juli wordt ook weer warm, maar nu is als afsluiting stevig onweer voorspeld. Geen goede dag om te zeilen dus. We doen nu samen een fietsrondje over het eiland, en lopen ook nog een flink stuk het natuurgebied in. Het is altijd opvallend hoe snel het rustiger wordt als je eenmaal uit het dorpje komt.

DSC_6514

Bij de wandeling komen we maar een paar mensen tegen. En schapen. En een grauwe klauwier, een vogel. Aan de noordkant probeert Gilbert vissende dwergsterns te fotograferen, maar dat is lastig.

Rond 8 uur ’s avonds komt de bui opzetten. De wind draait (bijna loeiend) plotseling van windkracht 2 uit het oosten naar windkracht 5 uit het westen. Indrukwekkende luchten, maar bij ons alleen maar wind. ’s Avonds valt er nog wel wat regen, maar niet veel.

Om 22.00 uur proberen we Nederland – Costa Rica te volgen, maar het wifi is niet goed genoeg om Radio 1 te ontvangen. Met de SSB ontvanger vind ik een Duitse zender. De commentator is duidelijk teleurgesteld dat Nederland er niks van bakt. Even na middernacht haken we af in de verlenging. De volgende ochtend blijkt Nederland te hebben gewonnen met strafschoppen en een goede keeper.

Zeilperikelen

Dinsdag willen we naar Gedser, look een Deense stad die halverwege Kiel en Rügen ligt. Ruim 60 mijl, and plat voor de wind. We vertrekken om negen uur. Eenmaal buiten zetten we de parasailor, ons grote voor-de-wind zeil. Met 144 m2 is dit zeil de helft groter dan grootzeil en genua samen. Met de parasailor en een gestaag iets toemende wind lopen we ongeveer de helft van de windsnelheid, 6 knopen bij 13 knopen wind in de rug. We varen net niet helemaal plat voor de wind, waardoor we het zeil rustig kunnen voeren.

Parasailor

Parasailor

Om 4 uur ’s middags komen er grote wolken over, en met die wolken ook wind. We zitten al snel in 20+ knopen, en dan is de parasoiler wel erg groot. De oplossing is “dichtknijpen” van het zeil, onderin strak trekken en de boot plat voor de wind varen. De automaat kan dat niet zo goed, dus het is wel een inspannend klusje. Na een uur zakt de wind weer wat, en proberen we het zeil te strijken. Helaas lukt dat niet erg, de sok lijkt zichzelf dicht/strak te trekken. Ik vecht een half uur op het voordek, tot Elly suggereert dat we het beter samen kunnen doen. Ik trek, Elly borgt dan steeds een stukje. Een kwartier later zit het ding weer in de zeilbak. Voorlopig even geen parasailor meer concludeert Elly. Misschien had ik de sok een paar keer helemaal omhoog moeten laten komen. We weten niet echt wat het probleem was ,en dat is nog het vervelendste.

Na ons avontuur varen we de laaste 3 uur op de motor. De zalmsalade smaakt ons goed na de gedane arbeid! Als we vastliggen in Gedser komt er een Nederlandse boot naast ons. Ze hadden ons zien vechten met de parasailor. Ze hadden ons ook nog even gevolgd en in de gaten gehouden. Heel aardig. ’s Avonds zien we stevige onweersbuien langskomen. Het dek spoelt zo mooi schoon.

Woensdag verder naar Vitte, weer een stevige tocht met wind in de rug. Zoals jullie al begrijpen moet de parasailor in zijn hok blijven. Maar we hebben nog meer opties: met de spinnakerboom bomen we de genua uit. Daarmee krijgen we 100 m2 zeil om voor de wind te varen. Nadat we eenmaal de kaap bij Gedser zijn gepasseerd komt de wind net een beetje schuin van achteren (165 graden). Net genoeg om wat rust in de boot hebben.

Uitgeboomde genua

Uitgeboomde genua

Als we de zeilen zetten lopen we 5 knopen op 13 knopen wind. De uren daarna tot 7 knopen op 15 knopen wind. Rond 3 uur zijn we op 18 knopen wind, en dan is de 100 m2 nogal veel. We lopen dan 8 knopen, met pieken tot 9.6. Dat is heel veel voor ons. Maar van al die wind recht van achter worden de boot, de stuurautomaat en de bemanning onrustig. We zetten een rif in het grootzeil en alles wordt weer rustig.

Om 5 uur zijn we bij de vuurtoren van Hiddensee, tijd om zeilen te minderen. We lopen een aantal kleine bootjes voorbij. Die varen met een gereefde genua. Komen wij met vol zeil aan…

Vuurtoren Hiddensee

Vuurtoren Hiddensee

Het inrollen van de genua gaat weer niet lekker, dat is een probleem wat we nog moeten oplossen. En de bevestiging mast/onderste zeillat van het grootzeil, die vorig jaar los was geschoten, is ook weer los. Dat is niet echt goed om met veel wind te zeilen. Moet ergens onderweg gebeurd zijn.

Even na 6 uur leggen we aan in het haventje van Vitte. 50 mijl in 8 uur inclusief aanleggen en zo, dat is snel voor ons. Maar het gevoel dat er allerlei probleempjes zijn met de boot overheerst even. We besluiten een paar dagen in Vitte te blijven om het op te lossen, en om van de zomer te genieten. Het wordt warm. Gilbert bakt pannenkoeken, en doet nog wat IntelliMagic klusjes.