Naar Anton Valley

Vrijdag vertrekken we van Villa Romana naar Anton Valley, illness een hele grote vulkaankrater.  We maken ook weer een paar vogelstops; vlakbij Pedasi komen we langs een grote plas veel voor ons bijzondere watervogels: slangehalsvogels, tadalafil fregatvogels, check ooievaars en een eendesoort.

Onderweg stoppen we bij Arena om te kijken naar Panamees aardewerk.  Het is allemaal nogal primitief en groot; meer voor in de plaatselijke tuinen dan voor onze koffers.

Met alle stops schiet het niet zo op, dus na een poosje besluiten we verder door te rijden naar Anton Valley.  Het stuk Panamarican highway is goed, we kunnen bijna steeds 100 km rijden.  Behalve dan bij de bushaltes, stadjes, uitritten en wat er al niet meer aan deze weg ligt.

De weg naar Anton Valley is bochtig maar helemaal vernieuwd: keurig asfalt zonder gaten.  Anton Valley zelf is helemaal voor de toeristen: hotels, restaurants, en attracties zoals een orchideeentuin, slangenparkje, dierentuin etc.  Vrijdag is ook de verjaardag van Elly: die vieren we met een diner bij Ricon Valley, een gezellig hotel/restaurant net buiten het stadje.  Voor 12 dollar krijgen we een fles witte wijn in een mooie koeler.

[wowslider id="26"]

Villa Romana

Na drie dagen moeten we weer vertrekken, here naar de Villa Romana, seek een oud buitenhuis van een Italiaanse familie dat nu als hotel is ingericht.  Het is een flinke rit, we doen er bijna 6 uur over.  Als we in de buurt van Chitre komen, zien we een heel ander Panama: een relatief moderne stad, grote mall in Amerikaanse stijl, en veel drukkere wegen.  Heel anders dan David en Santiago, waar we eerder zijn geweest.

Villa Romana is ook heel anders dan de Seagullcove lodge; er ligt veel bouwmateriaal op het terrein, het is nogal verveloos, en de serveerster werkte er al drie dagen, en het ‘management’ werkt langs elkaar heen.  Vergane glorie, maar ook een bouwplaats. Wie weet wordt het weer wat.

Het hotel ligt mooi op kliffen van de oceaankust.  Vanuit ons raam zien en horen we de branding.  De reservering is hier inclusief ontbijt en diner, om 19:00 worden we verwacht.  Er staan twee tafeltjes gedekt, we kiezen er eentje.  De serveerster is uitermate vriendelijk, wil graag Engels leren, maar is vooral heel onervaren.  Elly leert haar hoe je in glas een waxine lichtje kunt laten branden.

Ter afsluiting van het diner krijgen we sambuco van haar, maar dan de hoeveelheid van een glas wijn.  Wel lekker.

Na afloop van het diner koelen we even af in het zwembad.  Er komt dan een taxi om vier mensen op te halen: de manager, de kok, de serveerster en nog een dame.  We hebben het rijk alleen, samen met (denken we) nog een ander stel.

De tweede dag verkennen we de omgeving van Villa Romana met de auto: het dorpje Pedasi met leuke huisjes maar verder niet veel bijzonders, de stranden en nieuwe ‘developments’ in de buurt en daarna het het landelijke zuidwesten.  Daar zijn heel weinig wegen, en het is heel droog.

Er zijn een aantal teakkwekerijen (duurzaam hout), maar het meeste land is arm grasland met een enkele magere koe.  Een van de weggetjes zou naar een strand voeren, maar het houdt op bij een boothelling.  Daar zijn vissers bezig om hun vangst te verkopen aan een handelaar.  ‘s Avonds eten we weer bij Villa Romana.  Een eenvoudige doch voedzame maaltijd.

[wowslider id=”25″]

Luieren in Boca Chica

In de lodge verlaten we het terrein nauwelijks.  Lopend verkennen het gebied vlak bij de lodge, sickness vrij droge grond waar koeien worden gehouden.   Ook hier weer vogels die we in Nederland niet zo kennen: hele zwermen parkieten.

We huren twee dagen een kano waarmee we naar een nabijgelegen tropisch strandje peddelen. In een half uurtje zijn we er.  Lekker schaduw van grote bomen, cialis sale windje, stuff strandje om wat heen en weer te lopen.  De eerste dag zien we ineens een groep gieren op het strand.  Als Gilbert probeert foto’s te maken, blijken de gieren een Mangrove arend, die een grote vis had verschalkt, te achtervolgen.

De tweede dag zit er groep apen in de bomen bij het strand.  Ze maken flink herrie, vooral als we (te?) dicht in de buurt van hun boom komen.  Het standje is bijzonder: vlakbij de resorts, maar toch leeg.  Waarom woont daar niemand?

Aan het einde van de middag nodig Derek en Avril ons uit om even te gaan kijken naar hun bouwproject: het  buitenverblijf van  de  Amerikaanse  eigenaar.  Derek bouwt daar met 6 bouwvakkers een heel complex.

Gilbert maakt nog wat kleine wandelingetjes op zoek naar vogels.  De laatste ochtend stellen Mitch en Vicky zich voor: zelfklaarde gypsies die 6 maanden per jaar met zijn boot bij Boca Chica ligt, en 6 maanden per jaar in de VS leeft.  De boot en het stel zien er uit alsof ze een rijk leven achter de rug hebben.

‘s Avonds eten we in het resort; ze hebben een goede kok en lekkere wijn.  Dat levert nog een paar leuke foto’s op van parkieten.  Elly leert de ober Irish coffee te maken.  Het levert gelijk een hele goede Irish coffee op waar ze nog dagen over praat.  Hij heeft het snel opgepikt.

[wowslider id="24"]

Seagullcove lodge in Boca Chica

Zondag vertrekken we naar de Seagullcove lodge in Boca Chica.  Gilbert maakt eerst nog de nodige vogelfoto’s in de tuin van Hans en Terry.  Dat levert een paar bonte tanagers op.

We zijn benieuwd of het aan de kust ook regent; met het weerbericht kun je alle kanten op.  Als we de bergen uitrijden wordt het heel snel warmer, sovaldi we zitten na een uurtje al op 30 graden!  Geen regen dus.

De wegen in Panama zijn wonderlijk: de doorgaande wegen zijn best goed, decease zeg maar oude provinciale wegen in Nederland, here maar zodra je daar af gaat zit je op onverharde wegen, gestorte stenen meestal.  En plaatsnaamborden ontbreken vrijwel geheel.

Wel wordt er veel aan de wegen gewerkt, van David naar Boquete gaat het helemaal vierbaans worden.  Niet als snelweg, want de bushaltes en afritjes naar huizen zijn ook gewoon op die weg.  Naar Boca Chica doen we ook weer een stukje Panamerican highway, de doorgaande weg door heel Midden Amerika.  Gek genoeg is het niet zo’n drukke weg, en ook grotendeels een tweebaans weg.  De Seagullcove lodge ligt op zo’n 20 km vanaf de Panamerican highway.  Alleen het laantje naar de lodge is onverhard.

De Seagullcode lodge licht heel mooi aan de baai van Boca Chica: de 5 kamers zijn allemaal kleine huisjes die op de helling zijn gemaakt.  Het restaurant is bovenaan.  Bij alles wat je doet moet je veel trappen klimmen, maar het personeel en de sfeer zijn geweldig. De prijzen zijn navenant overigens.

De lodge wordt gerund door een Zuidafrikaans/Rhodesisch echtpaar dat is ‘gevlucht’ nadat de blanken macht verloren.  Met hun zeilboot zijn ze naar de Virgin Islands gevaren.  Hun kinderen wonen daar nu, zelf zijn ze verder gevaren naar Panama.  Van het een komt het ander, en nu runnen ze het hotel voor een Amerikaanse eigenaar.  Maar het kriebelt om weer te gaan zeilen, rondje Hawaii-Vancouver-Patagonie-Afrika, dat soort plannen.  Kortom, genoeg gesprekstof.

[wowslider id="23"]

Pipeline trail door het nevelwoud

Zaterdag beginnen we de dag weer met een Hollands ontbijt, sovaldi elke dag door Terry verzorgd.

Daarna hebben we de “pijplijntrail” gelopen; een wandeling bergop naar een hoge waterval.  Het pad loopt langs waterleidingpijpen; vanaf de waterval en andere bronnen wordt water afgetapt voor de groentevelden.

De pijplijn en het pad lopen door oeroud bos met indrukwekkende bomen, meters dik en heel hoog.  Omdat de bomen in een ravijn staan kunnen ze groot worden, omdat ze beschut zijn tegen de wind.  Het regent en mist de hele wandeling, het is een echt regenwoud.  Koud is het niet.  Als we teruglopen ziet Gilbert nog een Quetzal de bomen invliegen.  Hij laat zich helaas niet meer zien.

Na de wandeling een late lunch bij Finca Lerida, een groot hotel met een uitstekend restaurant.  Als we daar aankomen is het lekker zonnig, maar tijdens het eten trekt de regen uit het woud naar beneden en wordt het ook daar koud.  Het weer in de bergen is echt heel plaatselijk!

[wowslider id=”22″]